Er is momenteel veel beweging rondom de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU). De huidige drempelvrijstelling, die werkgevers in staat stelt om werknemers met zware beroepen maximaal 36 maanden voor hun AOW-leeftijd een onbelaste uitkering mee te geven, is onderwerp van politiek debat. Voor werkgevers is het essentieel om de huidige fiscale kaders scherp te hebben bij het maken van afspraken over uitstroom.
De RVU-drempelvrijstelling is bedoeld om te voorkomen dat werkgevers een strafheffing van 52% betalen over uitkeringen die bedoeld zijn om de periode tot de AOW te overbruggen. Voor 2026 is het drempelbedrag wederom geïndexeerd, waardoor er per maand een hoger bedrag onbelast kan worden uitgekeerd. Bedraagt de uitkering meer dan deze drempel, dan blijft de 52%-heffing over het meerdere van kracht.
Duurzame inzetbaarheid en zware beroepen
De roep vanuit de vakbonden om de regeling permanent te maken en de voorwaarden te versoepelen is groot. Vooralsnog blijft de focus liggen op de medewerkers die fysiek of mentaal niet in staat zijn om de volledige rit tot de AOW-leeftijd te volbrengen. Werkgevers gebruiken de regeling steeds vaker als onderdeel van een breder HR-beleid rondom duurzame inzetbaarheid en generatiemanagement.
Tijdige inventarisatie
Wij adviseren organisaties om haar personeelsbestand in kaart te brengen en te kijken welke medewerkers binnen de 36-maanden-termijn van hun AOW vallen. Het afsluiten van een RVU-overeenkomst vergt een zorgvuldige fiscale onderbouwing om naheffingen te voorkomen.
Wil je weten wat de fiscale mogelijkheden zijn om een werknemer eerder te laten stoppen met werken? Wij rekenen graag voor je uit welke ruimte de huidige drempelvrijstelling biedt voor specifieke situaties. Neem gerust contact op via 0546760990.