Vorige week was het Hemelvaartsdag – een traditionele dag waarop we massaal op de fiets stappen. Maar wist je dat de fiets óók een aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde kan zijn? De fiets is een groene en gezonde vorm van vervoer. Als werkgever kun je jouw werknemers op verschillende manieren belonen met een fiets.
Fiets vergoeden of verstrekken
Vergoed je de fiets of geef je deze aan de medewerker, dan wordt die automatisch eigenaar. De waarde is in principe belast loon, maar kan vallen binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Tot € 2.400 per werknemer toetst de Belastingdienst niet op gebruikelijkheid. Als je de vrije ruimte overschrijdt betaal je 80% eindheffing.
En ja: ook daarna mag je nog een onbelaste reiskostenvergoeding tot € 0,23 per km (2025) geven.
Inhoudsopgave
Renteloze lening
Je kunt ook een renteloze lening verstrekken voor de aanschaf van een fiets. Die valt buiten de WKR en hoeft niet als loon te worden gezien. De werknemer kan de lening aflossen door een maandelijkse inhouding op het nettoloon.
Je kunt daarnaast ook uitruilen met het brutoloon, bijvoorbeeld met een extra reiskostenvergoeding. Als een werknemer niet een fiscaal optimale reiskostenvergoeding ontvangt, terwijl hier volgens de fiscale wet en de cao wel ruimte voor is, bestaat voor de werknemer de mogelijkheid om het brutoloon te ruilen tegen een aanvullende onbelaste reiskostenvergoeding. Met deze extra reiskostenvergoeding betaalt de werknemer iedere maand een deel van de lening af. Een slimme manier om de fiets fiscaal vriendelijk te financieren.
Fiets van de zaak
De werkgever stelt een fiets ter beschikking en blijft eigenaar, de medewerker gebruikt de fiets voor woon-werkverkeer, maar ook privé. De bijtelling? Slechts 7% van de consumentenadviesprijs per jaar. En dat geldt voor gewone fietsen, e-bikes én speedpedelecs.
Let op: voor de dagen dat de fiets gebruikt wordt voor woon-werkverkeer mag geen onbelaste reiskostenvergoeding worden uitgekeerd.
Eigen bijdrage: bruto of netto?
De werkgever mag een maandelijkse eigen bijdrage vragen aan de werknemer. In beginsel komt deze bijdrage ten laste van het nettoloon van de werknemer. Echter kan deze wederom worden uitgeruild met het brutoloon, bijvoorbeeld een deel van het vaste periodeloon of van een eindejaarsuitkering. Voor werknemer wordt de bijdrage dan lager. Een lager loon kan wel gevolgen hebben voor inkomensafhankelijke regelingen. De werkgever krijgt een besparing op zijn premielasten.
Hoe zit het met accessoires en verzekeringen?
Accessoires zoals een extra slot of fietstassen? Geen probleem. Deze vallen onder intermediaire kosten en worden niet bij het loon geteld. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld een fietsverzekering, elektriciteitskosten of reparatiekosten.
Een regenpak daarentegen wél, maar deze kun je onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR).
Wat als iemand uit dienst gaat?
Dan is overname mogelijk in overleg met de werkgever, zelfs vóór het einde van de leaseperiode. Als richtlijn mag je uitgaan van 20% restwaardevermindering per jaar.
Wil je hier meer informatie over? Neem gerust contact op met één van onze adviseurs: 0546760990.
