Het inzetten van zzp’ers is voor veel organisaties inmiddels een vast onderdeel van de bedrijfsvoering. Zelfstandigen bieden flexibiliteit, specialistische kennis en extra capaciteit tijdens drukke periodes. Tegelijkertijd blijft schijnzelfstandigheid een belangrijk aandachtspunt voor opdrachtgevers.
De Belastingdienst handhaaft sinds 2026 weer actief op arbeidsrelaties die mogelijk ten onrechte als zelfstandige opdracht zijn ingericht. Om werkgevers en zelfstandigen de gelegenheid te geven hun werkwijze aan te passen, geldt in 2026 nog een gedeeltelijke “zachte landing”. Vanaf 1 januari 2027 vervallen echter ook de laatste verzachtende maatregelen en wordt volledig gehandhaafd.
Voor organisaties die regelmatig zzp’ers inhuren, is dit daarom een goed moment om de bestaande arbeidsrelaties kritisch te beoordelen.
De praktijk is bepalend
Of iemand daadwerkelijk zelfstandig ondernemer is, wordt niet uitsluitend bepaald door een overeenkomst van opdracht, een modelovereenkomst of een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. De Belastingdienst kijkt vooral naar de feitelijke situatie. Daarbij spelen onder meer de volgende vragen een rol:
- Krijgt de zzp’er inhoudelijke instructies over hoe en wanneer het werk moet worden gedaan?
- Moet de zzp’er het werk verplicht zelf uitvoeren of mag hij zich laten vervangen?
- Wordt er een beloning betaald die sterk lijkt op een vast loon of salaris?
- Maakt de zzp’er gebruik van materialen van de opdrachtgever?
- Doet de zzp’er mee aan werkoverleg of bedrijfsfeestjes?
Wanneer iemand feitelijk dezelfde positie inneemt als een werknemer, kan sprake zijn van schijnzelfstandigheid. In dat geval kunnen loonheffingen en premies verschuldigd zijn, ongeacht wat partijen op papier hebben afgesproken.
Wat verandert er in 2027?
In 2026 geldt nog een gedeeltelijke zachte landing. Dat betekent onder andere dat de Belastingdienst veelal begint met bedrijfsbezoeken en gesprekken om organisaties te helpen de arbeidsrelaties correct in te richten. Daarnaast worden in 2026 geen verzuimboetes opgelegd.
Vanaf 1 januari 2027 vervallen deze laatste versoepelingen. De Belastingdienst kan dan volledig gebruikmaken van het reguliere handhavingsinstrumentarium.
Financiële gevolgen kunnen aanzienlijk zijn
Wanneer achteraf wordt vastgesteld dat er sprake is van schijnzelfstandigheid, kan dit leiden tot:
- naheffingen van loonheffingen;
- premies werknemersverzekeringen;
- belastingrente;
- boetes;
- eventuele correcties vanuit pensioenfondsen;
- arbeidsrechtelijk discussies of claims
Vooral organisaties die structureel gebruikmaken van zzp’ers voor werkzaamheden die onderdeel vormen van de kernactiviteiten van de onderneming doen er verstandig aan de risico’s tijdig in kaart te brengen.
Controleer bestaande zzp-relaties tijdig
Hoewel de volledige handhaving pas vanaf 2027 gaat gelden, is het verstandig om niet tot dat moment te wachten. Organisaties die hun arbeidsrelaties nu beoordelen en waar nodig aanpassen, verkleinen de kans op naheffingen, boetes en juridische discussies.
Breng daarom tijdig in kaart hoe zzp’ers binnen de organisatie worden ingezet en of de feitelijke werkzaamheden nog passen binnen een overeenkomst van opdracht. Waar nodig, kan het verstandig zijn om de samenwerking anders vorm te geven of te kiezen voor een regulier dienstverband.
Heb je vragen over schijnzelfstandigheid? Persaldi denkt graag met je mee. Neem contact op met één van onze adviseurs voor meer informatie 0546760990.
