Persaldi

Werknemer ziek uit dienst, wat te doen met vakantiedagen?

Uitspraak Rechtbank Noord-Holland, 5 december 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:11574

Samengevat de uitwerking van hieronder: de arbeidsongeschikte werknemer heeft de vakantiedagen niet kunnen opnemen en dus zijn de wettelijke vakantiedagen niet na 6 maanden vervallen. De verjaringstermijn van vijf jaar is nog niet verstreken. De werknemer heeft niet ingestemd met het opnemen van vakantiedagen en heeft daarom recht op uitbetaling van deze vakantiedagen.

Tekst gaat verder onder de foto

De feiten en omstandigheden kunnen per situatie anders zijn maar hieronder de beoordeling in deze casus. Je ziet dat een uitgebreide toelichting nodig is om te bepalen of ze wel of niet vervallen.

Arbeidsongeschikte werknemer

De werknemer is vanaf 19 december 2019 arbeidsongeschikt. Aan hem is met ingang van 16 december 2021 een WIA-uitkering toegekend. De arbeidsovereenkomst van de werknemer is op 24 maart 2022 met toestemming van het UWV opgezegd en is per 5 juli 2022 geëindigd.

Uitbetaling 54 vakantiedagen

De werknemer verzoekt betaling van de 54 vakantiedagen die hij heeft opgebouwd tijdens zijn arbeidsongeschiktheid en die hij niet heeft opgenomen. Hij voert daartoe aan dat tijdens ziekte alleen met instemming van hem dagen als vakantiedagen kunnen worden aangemerkt. De werknemer heeft deze instemming niet gegeven.

Niet in staat om vakantie op te nemen

De wettelijke vakantiedagen zijn niet na 6 maanden vervallen omdat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen, aldus de werknemer.

De werkgever verwijst daartegenover naar het feit dat de werknemer in 2020 meerdere keren enkele aangesloten dagen naar het buitenland is gegaan om zijn zoon te begeleiden bij paardrijwedstrijden. De werknemer heeft hiervoor geen toestemming gevraagd en heeft de bedrijfsarts daarover niet geïnformeerd.

Vakantiedagen opgenomen of vervallen

Omdat de werknemer niet heeft gereageerd op het verzoek van de werkgever van 25 november 2020 om informatie over het opnemen van vakantiedagen in 2020, en ook later geen informatie heeft gegeven over het opnemen van vakantiedagen in 2021, kan de werkgever geen andere conclusie trekken dan dat de werknemer al zijn vakantiedagen heeft opgenomen. Voor zover de werknemer zijn vakantiedagen niet heeft opgenomen, zijn de wettelijke vakantiedagen vervallen, zo voert de werkgever aan.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter wijst het verzoek van de werknemer om de werkgever te veroordelen om zijn niet opgenomen vakantiedagen uit te betalen toe. Daartoe wordt als volgt overwogen:

De kantonrechter beoordeelt in de eerste plaats of de vakantiedagen van de werknemer zijn vervallen. Daarbij neemt de kantonrechter als uitgangspunt dat voor de bovenwettelijke vakantiedagen een verjaringstermijn van 5 jaar geldt.

Aanspraak op wettelijke vakantiedagen

De aanspraak op de wettelijke vakantiedagen vervalt zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is verworven, tenzij de werknemer tot aan dat tijdstip redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen. Dit doet zich met name voor als een werknemer volledig arbeidsongeschikt is en hem geen re-integratieverplichtingen meer zijn opgelegd.

Verjaringstermijn van 5 jaar

Het is aan de werknemer om aannemelijk te maken dat hij niet in staat is geweest om voor de afloop van de vervaltermijn zijn minimum vakantieaanspraken te benutten. Indien de korte vervaltermijn niet van toepassing is, geldt ook voor de wettelijke vakantiedagen een verjaringstermijn van 5 jaar.

Gelet op de verjaringstermijn van 5 jaar zijn de bovenwettelijke vakantiedagen niet vervallen. Het gaat immers om vakantiedagen over 2020 en 2021 en die termijn is niet verstreken.

Ten aanzien van de wettelijke vakantiedagen overweegt de kantonrechter dat niet in geschil is dat de werknemer volledig arbeidsongeschikt is en geen re-integratieverplichtingen had. Dit leidt ertoe dat de situatie zich voor kan doen dat de werknemer geacht wordt niet in staat te zijn vakantie op te nemen.

Mee naar paardrijwedstrijden

De werkgever voert aan dat de werknemer daartoe wel in staat was en heeft in dat kader verwezen naar het verblijf van de werknemer in 2020 in het buitenland om zijn zoon te begeleiden bij paardrijwedstrijden.

Vooral liggend op een stretcher

De werknemer heeft ter zitting erkend dat hij in 2020 – in overleg met zijn behandelaars –een paar keer een paar dagen mee is gegaan met zijn zoon naar het buitenland maar betwist dat hij vakantie heeft genoten. De werknemer heeft uitvoerig toegelicht hoe het verblijf in het buitenland is geweest en dat van recuperatie absoluut geen sprake was. Hij heeft de dagen voornamelijk liggend op een stretcher doorgebracht, aldus de werknemer.

Voldoende aannemelijk gemaakt

De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de door de werknemer geschetste gang van zaken. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de werknemer daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat is geweest zijn vakantieaanspraken te benutten.

Wettelijke vakantiedagen niet vervallen

Uit het feit dat de werknemer meerdere keren een aantal dagen is verbleven in het buitenland kan, gelet op de toelichting door de werknemer, niet de conclusie worden getrokken dat de werknemer redelijkerwijs in staat was vakantie op te nemen. Dit betekent dat de wettelijke vakantiedagen van de werknemer niet zijn vervallen en dat ook voor deze vakantiedagen de verjaringstermijn van 5 jaar geldt.

E-mail over vakantiesaldo

Uit hetgeen hiervoor al overwogen vloeit al voort dat de werknemer niet in staat was vakantie op te nemen. Daar komt bij dat de werkgever volgens de kantonrechter geen geslaagd beroep kan doen op de door haar verzonden e-mail van 25 november 2020.

In deze e-mail heeft de werkgever gevraagd om een opgave van opgenomen vakantiedagen en, voor zover de werknemer geen overzicht verstrekt, gaat zij ervan uit dat er geen saldo meer openstaat voor 2020.

Geen vakantie opgenomen

De gemachtigde van de werknemer heeft op 18 december 2020 richting de werkgever gereageerd. Hoewel deze reactie misschien niet heel erg duidelijk is, had het voor de werkgever wel duidelijk moeten zijn dat de werknemer zich op het standpunt stelt dat hij geen vakantie heeft opgenomen en dus ook niet heeft ingestemd met het opnemen van vakantiedagen.

Ten aanzien van 2021 heeft de werkgever ter zitting verklaard dat hij geen aanwijzingen heeft dat de werknemer op vakantie is geweest.

Rechter wijst de uitbetaling van 54 niet opgenomen vakantiedagen toe

De conclusie is dat het verzoek van de werknemer tot betaling van 54 niet opgenomen vakantiedagen wordt toegewezen. De werkgever heeft geen verweer gevoerd tegen de juistheid van het door de werknemer verzochte bedrag van € 10.323,31 bruto zodat de kantonrechter dit bedrag toewijst.

Omdat de werkgever te laat heeft betaald, zijn de gevorderde wettelijke rente en de wettelijke verhoging toewijsbaar. De wettelijke verhoging zal daarbij worden gematigd tot 20%.

Bron: salarisvanmorgen

 

Meer informatie?

Neem dan contact op met één van onze adviseurs op 0546-760 990 of per mail via info@persaldi.nl

Meer over:

Delen via: